Gevaar van plaaginsecten moeilijk voorspelbaar

Hoe groot het gevaar is dat plaaginsecten en mijten vanuit het zuiden en midden van Europa oprukken naar Nederland, is moeilijk te voorspellen. Dat blijkt uit een rapport van PPO.

Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO), onderdeel van Wageningen UR, deed onderzoek naar enige tientallen potentieel gevaarlijke plaaginsecten op bomen in de groene ruimte en fruitteelt. Het ging daarbij om insecten die wel in Zuid- en/of -Midden Europa voorkomen, maar nog niet in Nederland. Volgens de onderzoekers is de vestiging in Nederland van deze beestjes nauwelijks te voorspellen omdat er te weinig informatie is over klimaatgeschiktheid en over de aanwezigheid van natuurlijke vijanden.

Klimaatverandering

De klimaatverandering van de afgelopen decennia heeft tot nu toe weinig effect gehad op het aantal soorten plaaginsecten in boomgaarden. De onderzoekers concluderen dit doordat de soortsamenstelling van Nederland vrijwel volledig overeenkomt met de situatie in Midden- en Zuid-Duitsland en Zwitserland. Dit wijst erop dat de effecten van (iets) warmere zomers beperkt zijn.

Fruitmot

Opwarming van het klimaat heeft in eerste instantie vooral een effect op de ontwikkeling van reeds aanwezige plagen, zoals fruitmot of de kersenvlieg. De onderzoekers waarschuwen ervoor dat de fruitmot bij iets warmere zomers in Nederland in staat zal zijn om een tweede generatie te voltooien, waardoor de potentiële vermeerdering en daarmee samenhangend de schade sterk toeneemt.

Handelsstromen

Naast verspreiding door klimaatverandering, is ook de verspreiding via handelsstromen een mogelijk gevaar (denk hierbij aan de recente vondst van boktorren in Chinees verpakkingshout). In Nederland staan steden, tuinen, parken en bossen vol met exotische struiken en bomen waarop nog weinig 'bijbehorende' insecten voorkomen.
De onderzoekers kunnen niet voorspellen welke nieuwe invasieve insecten zullen binnenkomen (vanuit Europa of andere continenten) maar wel dat vooral op de exotische struiken en bomen nog vele invasieve soorten te verwachten zijn.

Fruitteelt

Voor de fruitteelt is het aantal potentieel gevaarlijke plaaginsecten dat zich van elders in Europa in Nederland zou kunnen vestigen veel geringer. Appels, peren, pruimen en kersen worden al eeuwen in Nederland geteeld. Inheemse Europese insecten- en mijtensoorten waarvoor de omstandigheden in Nederlandse boomgaarden geschikt zijn, hebben zich dan ook meestal al gevestigd.

Bedreiging

Een klein aantal invasieve soorten vormt wel een potentiële bedreiging. Het grootse gevaar komt daarbij van insectensoorten die de vruchten aantasten, zoals schildluizen, wantsen en fruitvliegen. De potentieel meest schadelijke soorten staan op de quarantainelijsten en de Alert-list van EPPO, en zijn daarmee in beeld bij de verantwoordelijke instanties.

Het rapport werd gemaakt in opdracht van de Nieuwe Nederlandse Voedsel en Warenautoreit (NVWA)